
| HET WAD Groningen, augustus 2002 En weer trok het water zich terug en liet de modder de meeuwen de plassen de eenden en een kleed van drab de steen En waar het water was daar schreef een hand in zilverschrift een boodschap in het waddenzand een boodschap die verdween Maar de meeuwen maakten ruzie betwistten elkaar de plek en hadden nauw'lijks oog En de eenden dreven doelloos in hun slinkende bassin en bleven woordeloos Alleen de steen de stomme steen beklad door 't blinkend wad alleen die steen die steen begreep de boodschap die geschreven werd de boodschap die verdween |